Overdag
is het een wereldstad
maar lang voor middernacht
slaapt de stad al
de verlichte winkelramen
houden nog een poos
de illusie van een wereldstad
in stand
een illusie
die ik maar al te graag
wil geloven
hier wonen nog mensen
hier is het leven
nog niet tot stilstand gekomen
hier is het nog niet voorbij
maar ik weet wel beter
er is geen schaduw meer
te bekennen
hier op dit uur in de nacht
zelfs niet
van de laatste mens
wanneer hij op het punt staat
om in het donker te verdwijnen
als de tram Schiebroek
binnen rijdt
is Schiebroek
al in een diepe slaap
tijd voor inkeer
tijd voor bezinning
dit is de tijd
voor een nieuw begin
er is de loop van de jaren
veel gewonnen
al is niet gemakkelijk te zeggen
wat dit nu precies is
er is in de loop van de jaren
ook veel verloren gegaan
en ook dat is niet goed
uit te leggen
wat dat nu precies is
nog steeds op weg
nog steeds die jongen
die niet weet
waar hij zal aankomen
of die steeds weer
terugkeert naar plaatsen
waar anderen
nooit zouden komen
ik keek op en ik zag
dat het was gaan sneeuwen
er vielen sneeuwvlokken
op de straten
met een zachtheid
die mij nog niet eerder
was opgevallen
voor het eerst
in mijn leven
had ik aandacht
voor een natuurverschijnsel
dat ik al heel lang kende
maar toch nooit eerder zo intens
had beleefd
het einde van de rit
van de laatste passagier
komt dan
toch nog onverwacht
met een lichte schok
en ik zie
Rotterdam Schiebroek
midden in de nacht
onder een deken van sneeuw
licht en donker tegelijk
een vrijplaats
ergens buiten de tijd
in een sprakeloos landschap
en voor het eerst
zie ik Schiebroek
zoals het altijd is geweest
zoals ik het altijd heb gekend
zoals het ook altijd zal blijven
is dit dan het einde
van een nachtelijke reis
is dit dan het einde
van een stil gesprek
vaak zag ik Rotterdam-Schiebroek
verborgen in het daglicht
op een doordeweekse dag
vaak zag ik Rotterdam-Schiebroek
maar nooit van zo dichtbij.
(De laatste tram naar Schiebroek). (2024).


