Van welke kant je ook komt
De Hef blijft altijd op een gepaste afstand
en komt nooit dichterbij
alleen het grijs wordt steeds grijzer
het staal wordt steeds kouder
nooit een vriendelijk woord
alleen een afwerend gebaar
het is ook een hard bestaan
een leven dat louter bestaat
uit ceremoniële plichten
niemand wacht op je
het spoor loopt dood
aan beide zijden
maar niemand weet vooraf
wie de eeuwen overleeft
niemand weet vooraf
wie ons mee zal nemen
naar het verleden
wie ons de weg zal wijzen
naar de toekomst
naar het heden
soms is er nog een tweede leven
soms houdt iemand
nog de droom in stand
sinds de dag
van zijn overlijden
waakt De Hef over ons
door ons te beschermen
tegen de overmoed
die ieder moment kan komen
tegen de vragen die zomaar
in het voorbij gaan worden gesteld
tegen de lege antwoorden
maar het meest nog
tegen de gedachte
dat alles vooraf al is bepaald
dit zegt de Hef
het mag niet te gemakkelijk worden
het mag niet te voorspelbaar worden
en alleen omdat ik op een afstand blijf
alleen zo kan ik over jullie waken
alleen omdat ik jullie
niet te dichtbij laat komen
alleen zo
kan ik dagelijkse jullie metgezel zijn
een andere weg is er niet
een beloning is er ook niet
het is gewoon een plicht
die alleen maar
in afzondering kan worden volbracht
uur na uur
dag na dag
nacht na nacht
maar dit was niet het laatste woord
dat we van De Hef zouden horen
hij maakt zich op
om nog lang over ons te waken
hij maakt zich op
voor een tweede leven
in een stad
met steeds meer hoge gebouwen
en de oplettende voorbijganger weet
sinds de dag van zijn overlijden
is hij weer de jonge Griekse halfgod
die hij lang geleden is geweest
sinds die dag
wordt De Hef geen dag meer ouder.
(De Hef). (2022).


